Nu de zomervakantie voor de deur staat, is het tijd om een verzameling boeken voor de reiskoffer samen te stellen. Ik raad aan een werk van een auteur uit noordelijke streken mee te nemen. Na de drukkende hitte van de voorbije weken ben ik weinig origineel en kies dit jaar voor een zogenaamde ‘Coolcation’. We gaan dus noordwaarts richting Zweden en Noorwegen. Scandinavië is zeker niet alleen een bestemming waar je naartoe gaat voor de aangename koele temperatuur en ongerepte natuur inclusief muggen…
Ook op cultureel vlak valt er meer dan genoeg te grasduinen. Schrijfster Astrid Lindgren, de componist Edvard Grieg en schilder Edvard Munch zijn voor de meesten bekend, maar ik ontmoet geregeld mensen die nooit hebben gehoord van Jon Fosse, de Noorse Nobelprijswinnaar voor de Literatuur in 2023. Fosse is een intrigerende auteur. Zijn schrijfstijl is niet direct toegankelijk te noemen. Alinea’s gebruikt hij nauwelijks en hij schrijft zoals zijn hoofdpersonen denken. Je wordt meegenomen in hun gedachten die springen van filosofische en levensbeschouwelijke bespiegelingen tot ergernissen over oplichting door winkelbedienden die een te duur klosje garen verkopen.
Zijn laatste boek ‘Vaim’, uitgegeven in een Nederlandse vertaling door uitgeverij Oevers heb ik recentelijk gelezen. Voor een mooie bespreking van dit boek verwijs ik graag naar dichteres/schrijfster Sasja Janssen die in De Volkskrant (23 oktober 2025) terecht ‘kopt’ dat bij het lezen van deze nieuwe Fosse geen enkele lezer ontkomt aan de immense kracht van verlangen.
Tijdens het lezen van ‘Vaim’ dacht ik terug aan passages uit Fosse’s hallucinerend mooie ‘Septologie’ (zeven delen in drie boeken, ook uitgegeven door Oevers in het Nederlands). Een citaat uit dit meesterwerk van Fosse gebruik ik in mijn eigen poëzievoordrachten wanneer ik poog duidelijk te maken wat poëzie voor mij betekent. Ik wil dit graag hier met je delen.
Hoofdpersonage Asle, kunstschilder, mijmert over de fijne tijd met zijn te jong gestorven geliefde Ales, Hij herinnert zich een moment waarop Ales met hem een wijsheid van haar moeder deelde:
‘…het is zo merkwaardig, de ene dag na de andere verstrijkt, en dan is het alsof de tijd alleen maar verstrijkt, maar dan gebeurt er iets, en als het gebeurt dan verstrijkt de tijd langzamer, en die tijd, die langzamer gaat, die verdwijnt niet, die wordt, ja, iets belangrijks lijkt het wel, dus eigenlijk bestaan er twee soorten tijd, de tijd die zomaar verstrijkt en verstrijkt en die eigenlijk alleen belangrijk is om het dagelijks leven zijn gang te laten gaan, en dan die andere tijd, de eigenlijke tijd, die uit belangrijke gebeurtenissen is samengesteld, uit grote en kleine gebeurtenissen, maar uit iets wat zich onderscheidt, of het nu goed of slecht is, en die die, de eigenlijke tijd, is samengesteld uit gebeurtenissen, die tijd blijft…’
Poëzie is in mijn ogen de kunst om die eigenlijke tijd, die blijft, te vangen in woorden.
Geef een reactie