Job Stufkens

Job brengt je met zijn gedichten in zowel de duisternis als het licht. Uit zijn werk spreekt een hunkering naar verbinding met de medemens en de natuur. Zijn ogenschijnlijk eenvoudige, ritmische en toegankelijke poëzie bevat het kleine alledaagse en grote, eeuwenoude, levensvragen. Naast thema’s als de dood en het verlies van je meest dierbaren, gaan zijn gedichten over andere universele onderwerpen, zoals: verlangen, liefde, maatschappelijk onrecht, de natuur, vergankelijkheid en de tijd.

over job

Job Stufkens (Utrecht, 1973) is dichter, historicus en docent geschiedenis. Hij studeerde geschiedenis aan de Universiteit Utrecht en deed wetenschappelijk onderzoek in Parijs aan de Hautes Écoles des Sciences Sociales.

Job werkte in meerdere functies voor de Rijksoverheid en is actief als docent geschiedenis in Amsterdam. Na de tragische zelfdoding van zijn zestienjarige zoon, de middelste van zijn drie kinderen, voelde hij de sterke behoefte om zijn gedichten te bundelen en te delen met een groter publiek. Dit leidde in 2024 tot zijn debuutbundel Daidalos’ demonen en lichtkastelen, uitgegeven door uitgeverij DABAR/Luyten. Met uitgever Hans Luyten bouwde hij een bijzondere samenwerking en vriendschap op. Ook zijn andere bundels Stof voor puinkinderen (2025) en Mont Ventoux (2025) werden uitgegeven door Luyten. Momenteel werkt Job voortvarend aan een nieuwe, vierde, bundel. Enkele van zijn nieuwe gedichten werden in 2026 gepubliceerd op het digitaal literair platform De Optimist.

In de ritmische poëzie van Job Stufkens valt het alledaagse ogenschijnlijk vanzelfsprekend samen met grotere filosofische en maatschappelijke verkenningen. Het is niet verwonderlijk dat hij sterk is geïnspireerd door de kunstenaars/muzikanten/dichters Nick Cave, Jeff Buckley en Jon Fosse. Uit zijn gedichten spreekt woede, wanhoop over en afkeer van het duistere in de wereld en zichzelf, maar ook een romantisch verlangen naar bronnen van liefde en eenwording met de natuur en zijn geliefden. In zinnelijke beeldspraak roept hij op tot opstand, liefde, extase, maar ook tot verstilling.   

Job draagt zijn poëzie graag voor waarbij hij uit is op persoonlijk contact met zijn publiek. Een gedicht is, naar zijn zeggen, door de interactie met de luisteraar en lezer altijd ‘onvoltooid verleden tijd’ en ‘werk in uitvoering’. In zijn voordrachten zoekt hij dikwijls naar de kruisbestuiving tussen poëzie en muziek.